Weerstation

 

De resultaten van het idee zijn afhankelijk van het weer. In het bijzonder de helderheid van de atmosfeer.

Over de hele wereld wordt van alles gemeten.

Temperatuur, regenval, luchtdruk, zonnestraling, bewolking, vochtigheid, windsnelheid en windrichting, noem maar op.

Wat bijna niet wordt gemeten is de infrarood straling.

Een uitzondering daarop is de Universiteit van Wageningen. http://www.met.wau.nl/haarwegdata/graphs.htm .

Hier wordt de inkomende kortgolvige straling (licht) en de inkomende langgolvige straling (warmte) gemeten.

De uitgaande straling wordt gedeeltelijk berekend en ook afgeleid van de warmtestraling van een referentie veld.

De netto stralingsenergie wordt vervolgens uitgerekend.

Voor zover bekend is beter niet beschikbaar.

 

Voor het project is dat echter van groot belang. Het is vooral interessant om een optimum te vinden.

Het blijkt dat de beste resultaten bij de minste instraling, recht omhoog is. Bij een heldere hemel is de afkoeling het grootst.

Het is dan ook zinnig om gebruik te maken van het “blauw” tussen de wolken (ook ’s nachts).

Het zou dan mooi zijn om een “beeld” te vormen van de hemel. Hoe kouder de hemel lijkt hoe helderder de hemel is.

Met een primitieve opstelling is de werking duidelijk aangetoond. Het blijkt mogelijk om de wolken te volgen, ook in de nacht.

Een volgende stap kan zijn om de infrarood satellietbeelden (http://members.home.nl/tianwa/noni/journaal/bewolking.html )

te gebruiken om de uitstraling te voorspellen. De eigen metingen kunnen dan als referentie gebruikt worden.

Dit is een heel fraai project voor studenten. Hieruit volgt een voorspelling van het beschikbare koelvermogen.

Als het station er dan toch is, dan is het ook handig om andere parameters te meten zoals het vermogen van

de lichtinval en de hoeveelheid UV straling. De standaard parameters worden dan evengoed gemeten.

 

Voor experimenten in eigen tuin wordt gebruik gemaakt van een eigen weerstationnetje: eigen weerstation.